PIJN AAN HET SCHEENBEEN

(LOGESYNDROOM OF (SPIER)COMPARTIMENTSYNDROOM)

Pijn aan het scheenbeen kan verschillende oorzaken hebben, waaronder het logesyndroom (ook wel compartimentsyndroom genoemd).

Bij deze onderbeenblessure kun je de volgende klachten krijgen:

  • Pijn, variërend van lichte pijn tot een verlammende kramp of hevige, drukkende pijn;
  • De pijn verdwijnt in rust (bij de chronische vorm);
  • Gevoelsstoornissen in het onderbeen en de voet, zoals tintelingen en een doof gevoel;
  • Uitval van spieren;
  • Een bleke huid in het aangedane gebied;
  • Het onderbeen voelt strak aan.

Uitleg

In je onderbeen zitten verschillende spiergroepen. Die zijn omgeven zijn door een bindweefsellaag (fascie). Een spiergroep met een fascie wordt een compartiment of loge genoemd. Bij spieractiviteit komt de spier strak in zijn jasje (fascie) te staan. De fascie is vrij star en weinig elastisch. Als de druk in een spiercompartiment toeneemt, kan de bloedtoevoer naar de spieren verminderen. Het gevolg: pijn, en je kunt de spier niet meer goed gebruiken. Het compartimentsyndroom is dus een aandoening waarbij de doorbloeding en functie van weefsels in gevaar komen doordat de druk binnen een spiercompartiment verhoogd is. Het logesyndroom kan ook op andere plekken dan het onderbeen voorkomen, bijvoorbeeld in de onderarm.

Oorzaken

  • Verminderde rekbaarheid van de fascie;
  • Toename van het volume van de spier;
  • Verkeerde looptechniek;
  • Onvoldoende stabiliteit van de onderbeenspieren en voet;
  • Schoenen die onvoldoende stevigheid en demping geven;
  • Plotselinge toename van trainingsbelasting;
  • Veel lopen op een harde ondergrond.

Onderzoek

Als je het logesyndroom hebt, maak je een afspraak met het Expertisecentrum Voet & Beweging. Hiervoor heb je geen verwijzing van je huisarts nodig. In ons centrum heb je een afspraak met een van onze specialisten. Het doel van de afspraak is de oorzaak van de klacht te vinden en een gericht behandelplan te kunnen maken.

Het logesyndroom kan worden vastgesteld door de druk binnen een compartiment te meten. Dat gebeurt met een naald en vloeistof. Is er aanvullend onderzoek nodig, zoals echografie en een uitgebreide loop-/beweeganalyse met behulp van high speed camera’s, dan kunnen we dat vaak binnen ons centrum aanbieden, Je hoeft daarvoor dus niet worden doorverwezen naar weer een andere zorgverlener. Voor vormen van onderzoek die wij niet in ons centrum bieden, kan de specialist een doorverwijzing naar het ziekenhuis adviseren.

Behandeling

Heb je last van het compartimentsyndroom? Dan zijn er de volgende behandelingen mogelijk:

  • Voorlichting en advies over geschikte schoenen en verbeteren van de looptechniek;
  • Tijdelijk kiezen voor activiteiten die de onderbenen minder belasten;
  • Steunzolen;
  • Advies sportschoenen;
  • Oefentherapie;
  • Looptechniektraining;
  • In sommige gevallen: fasciotomie. Dat is een operatie waarbij de fascie wordt opengemaakt, zodat de weefsels in het compartiment meer ruimte krijgen.

Verloop

Bij een acuut compartimentsyndroom ervaar je plotseling een hevige drukkende pijn. Die pijn houdt constant aan, ook in rust. Omdat er bij deze vorm direct gevaar is voor bloedvaten, zenuwen en andere weefsels, word je meteen geopereerd. Na de operatie moet je de spieren meteen weer gaan gebruiken.

Bij de chronische vorm helpt behandeling om de klachten te verminderen en terugkeer van de klachten te voorkomen.

Leefregels

Zorg voor een goede warming-up voor het sporten en bouw je training verstandig op.

Vermijd langdurig lopen op een harde ondergrond.

Draag geschikte schoenen. En let op je looptechniek.